Abseilen van de Euromast: Rotterdam, 4 juli 1998
(foto's 1 t/m 6 - klik op de foto's
voor een vergroting)
Het
állergriezeligste moment is wanneer ze je vragen om even over de
balustrade van het dakterras boven het restaurant te klimmen.
Dat je je voeten neerzet op zo'n heel
smal richeltje terwijl de duizelende
diepte van honderd meter naar je knipoogt.
Je weet dat je goed vast zit in je harnas, maar toch......
Bevende handen,
gestoken in veel te ruime werkhandschoenen, krijgen een
eigen wil en grijpen naar de reling. Knikkende knieën die niet meer naar je
luisteren. "Strek je benen en ga maar helemaal in de touwen hangen,''
zegt de opvallend relaxte
begeleider bemoedigend.
Hij heeft makkelijk praten, voor hem is dit waarschijnlijk dagelijkse kost.
Mijn hart bonst in mijn keel terwijl ik uiteindelijk verticaal tegen de stalen rand
van
het terras hang. Zwarte vegen van schoenen die me voor gingen.
Als ik naar beneden kijk, voert een scheut
angst als een stroomstoot door mijn
aderen. Wie had ooit gedacht dat ik mijn schoenen nog eens
tegen de schuin
aflopende ruiten van het restaurant zou zetten, en van buiten naar
binnen zou kijken in
plaats van andersom.
Binnen staan enkele
meegenomen familieleden en kennissen enthousiast te
zwaaien. Zij hebben voor de eer bedankt. Enkele voorzichtige sprongetjes later
raakt het glas buiten bereik en begin ik langzaam om m'n as te draaien.
Ik hang nu helemaal vogelvrij in mijn gordeltje
aan het touw. Op deze hoogte
hangt er nog zoveel touw onder je dat het gewicht ervan ervoor zorgt dat je
niet vanzelf naar beneden glijdt mocht je rechterhand het touw
willen loslaten..... tenminste dat zei hij
toch?
In een vlaag van
overmoedigheid besluit ik het te proberen.
Er gebeurt niets.
Ik hang stil in het touw en met losse handjes probeer ik van het uitzicht
te genieten. De kronkelende Maas die
fonkelt in het zonlicht.
De speelgoedautootjes die de Maastunnel in en uit razen.
Langzaam begin ik
aan deze vreemde positie gewend te raken.
De hoeveelheid adrenaline neemt langzaam af en een licht gevoel
van
overwinning begint zich van de spanning meester te maken.
De euforie komt pas
echt als ik weer met beide benen op de grond sta, mijn
linkerhand verkrampt van het te
stevig vasthouden en de rechter enigzins
verbrandt aan de achtvormige haak door de wrijving van
het touw.
Ik kijk naar boven en zie de ernorme kolom van grijs beton naar de hemel
reiken. Een zachte vloek ontsnapt aan de lippen:
,,Jee... Dat ik dát heb gedaan.'' |